Zorgbeleid


Visie zorgbeleid ‘t Wensbos

Wij willen er als school voor zorgen dat elk kind volgens zijn mogelijkheden volwaardig kan deelnemen aan de activiteiten, ook diegenen die het moeilijk hebben, het niveau niet halen of misschien wel een leervoorsprong hebben. Concreet houdt dit in dat we het kind niet langer naar ons onderwijs brengen, maar dat we, in de mate van het mogelijke en rekening houdend met de draagkracht van de school, gedifferentieerd onderwijs naar het kind brengen, aangepast aan zijn kunnen. We willen dat onze leerlingen zich zo harmonieus mogelijk kunnen ontwikkelen en hen optimaal voorbereiden om zich in de maatschappij te kunnen integreren.
De klasleerkracht draagt in eerste instantie de zorg voor zijn/haar  leerlingen. Zij/hij wordt hierin ondersteund door de zorgcoördinatoren.

Kathleen Wouters: kleuters en eerste graad
Ilse Helsen: tweede en derde graad

De zorgcoördinatoren optimaliseren het zorgbeleid  in de school door voor alle leerlingen kansen te creëren om zich optimaal te kunnen ontplooien. Dit betekent concreet voor onze school: zorg zodanig organiseren dat ze voor iedereen beschikbaar is. De zorgcoördinatoren werken op 3 niveaus namelijk school-leerkrachten-en leerlingenniveau. Weliswaar zijn deze niveaus met elkaar verbonden. 

Samenwerking met externen
Wij werken nauw samen met het CLB van de scholengroep 5.
De zorgcoördinatoren zullen, steeds in samenspraak en na toestemming van de ouders, de hulp van het CLB inroepen wanneer de hulp geboden door de school niet voldoende blijkt. Voor leerlingen met leerproblemen kunnen (na het eventueel volgen van therapie en een individuele bespreking met zoco’s,, ouders, leerling, CLB-medewerker en betrokken externe instanties)  “Sticordimaatregelen” worden opgesteld

- leerkracht ondersteuningsnetwerk
- Kindertherapeute
- Logopediste
- kinesiste
- ...

Zorgcontinuüm:
De zorgvisie past binnen onze schoolvisie, nl. optimale ontwikkelingskansen bieden aan elk kind opdat het zich goed kan voelen en zich als totale persoon (cognitief, psychomotorisch, sociaal en emotioneel) kan ontwikkelen.
Om dit te kunnen realiseren hanteert de school een zorgcontinuüm, bestaande uit 4 fasen:

Zorgcontinuum 

 
Fase 0 : preventieve basiszorg:
Onder preventieve basiszorg verstaan we de zorg die iedere leerkracht besteedt om met kwaliteitsonderwijs optimale ontwikkelingskansen te bieden aan alle leerlingen. De leerkracht voert de brede zorg uit maar wordt gecoacht en ondersteund door het zorgteam van de school.

Fase 1: verhoogde zorg:
Deze verhoogde zorg wordt ingezet voor leerlingen waarbij de preventieve maatregelen onvoldoende zijn. Deze leerlingen hebben nood aan een gerichte, individuele aanpak op bepaalde vlakken. Deze zorg wordt hoofdzakelijk door de klasleerkracht aangeboden na overleg met betrokken participanten. De leerkracht kan hierbij ondersteund worden door een zorgleerkracht en/of de zorgcoördinator.

Fase 2: uitbreiding van zorg:
Voor een aantal leerlingen bestaat de nood aan bijkomende inzichten in hun onderwijsleersituatie. In eerste instantie gebeurt dit in samenwerking met het CLB (mits toelating van de ouders). Indien nodig wordt er een beroep gedaan op gespecialiseerde (externe) begeleiding.


Fase 3: overstap naar school op maat:
Wanneer de fases 0, 1 en 2 ontoereikend zijn en/of de draagkracht van de school wordt overschreden, wordt onderwijs op maat geadviseerd. Dit na overleg met alle betrokken partijen.


Zo gaan we te werk in fase 0:
- de eigenheid van elk kind respecteren en er rekening mee houden (differentiëren)
- positief ingesteld zijn
- oog hebben voor talenten van kinderen
- werken aan sociale vaardigheden
- scheppen van een krachtige leeromgeving
- actief, interactief en constructief leren toepassen daar waar mogelijk
- een aangename sfeer  creëren in de klas en de school
- zelf het goede voorbeeld geven
- de eigen onderwijsstijl aanpassen aan de noden van de kinderen en de situatie
- aangepaste werkvormen  gebruiken
- afspraken te maken en  respecteren
- klasoverschrijdend  werken waar aangewezen
- afspraken maken om een horizontale en verticale samenhang te bekomen
- het eigen lesgeven evalueren en indien nodig bijsturen
- zichzelf bijscholen
- gericht observeren
- oog hebben voor het totale kind
- de leerplannen van het GO! als basis gebruiken voor het onderwijs
- overleggen met verschillende participanten
- werken met heterogene groepen
- bepaalde zorgaspecten die nuttig zijn voor het hele team worden besproken op pedagogische 
  vergaderingen
-    …